Ronald: “Waar ben je bang voor als je mij zou aannemen?”

“Waar ben je bang voor als je mij zou aannemen?” Het is een vraag die Ronald van Buuren graag aan werkgevers stelt. Niet om hen uit te dagen, maar om een ander gesprek op gang te brengen. Want Ronald vindt dat er bij mensen met een beperking al snel wordt gekeken naar wat iemand nodig heeft. Terwijl er minstens zoveel te vertellen is over wat iemand meebrengt. In zijn geval zijn dat jarenlange ervaring met data en cijfers, een sterke interesse in techniek en automatisering en vooral veel plezier in zijn vak. “Werken met cijfers heb ik altijd leuk gevonden. Werken met data is echt de rode draad in mijn carrière. Wat voor data het is, maakt mij eigenlijk niet zoveel uit. Ik vind het leuk om ermee te stoeien, dingen te verbeteren en te automatiseren.”

Foto van Ronald die met gespreide armen naar de camera kijkt en glimlacht.

Die interesse loopt als een rode draad door Ronalds loopbaan. Hij begon als marktonderzoeker en ontwikkelde zich later steeds verder richting programmeren en data. Inmiddels is hij gestart bij Van Lanschot Kempen, waar hij binnen Investment Management werkt aan rapportages voor klanten, zoals pensioenfondsen. Het is een nieuwe omgeving en een andere functie dan hij eerder had, maar het werken met data blijft vertrouwd terrein. “Ik ben heel logisch ingesteld,” vertelt Ronald. Juist het werken met cijfers, het verbeteren van processen en het automatiseren van werkzaamheden vindt hij leuk.Ook buiten zijn werk is Ronald graag bezig. Hij leest fantasy en sciencefiction, speelt bordspellen en maakt in zijn vrije tijd houten wandelstokken. Daarvoor trekt hij het bos in om op zoek te gaan naar een geschikt stuk hout. Het is een hobby waar hij zichtbaar plezier aan beleeft. “De juiste stok zoeken, dat is heerlijk om je hoofd leeg te maken.”

“Ik ben Ronald, die ook slechthorend en neurodivergent is. Ik ben niet de slechthorende, neurodivergente Ronald”

Ronald is slechthorend en heeft recent een diagnose voor autisme en ADHD gekregen. Daarnaast is hij hoogbegaafd. Het zijn belangrijke onderdelen van zijn leven, maar hij wil niet dat ze bepalen hoe anderen naar hem kijken. “Ik ben Ronald, die ook slechthorend en neurodivergent is. Ik ben niet de slechthorende, neurodivergente Ronald.” Zijn eigenschappen maken volgens hem deel uit van wie hij is, maar vormen niet zijn hele identiteit.

Tegelijkertijd ziet Ronald dat juist zijn manier van denken hem in zijn werk kan helpen. Hij noemt zichzelf logisch ingesteld en vertelt dat hij, mede door zijn combinatie van eigenschappen, sterk is in visualisatie en het leggen van verbanden. Dat zijn kwaliteiten die goed aansluiten bij het werken met data. Die sterke kanten betekenen niet dat alles vanzelf gaat. Ronald heeft juist moeten leren welke omstandigheden hem helpen om zijn werk goed te doen. Vooral zijn energie speelt daarin een belangrijke rol. “Over het algemeen kan ik heel veel compenseren, maar dat kost gewoon heel veel energie. Dus het belangrijkste voor mij is eigenlijk energiemanagement.”

“Je hoeft niet continu door te gaan”

Voor Ronald betekent dat bijvoorbeeld dat een hele dag vol vergaderingen niet goed werkt. Naarmate de dag vordert, kosten luisteren en informatie verwerken hem meer energie. Daarom probeert hij gedurende de dag ruimte te houden om even iets anders te doen. Soms door een korte pauze te nemen, soms door een tijdje alleen visueel bezig te zijn. “Je hoeft niet continu door te gaan. Je mag je even vijf of tien minuten terugtrekken.”

Ook het tijdstip van een afspraak kan verschil maken. Een vergadering aan het einde van de middag vraagt meer van Ronald dan een overleg in de ochtend. Dat soort dingen probeert hij daarom vooraf duidelijk te maken. Tijdens de gesprekken bij Van Lanschot Kempen gaf hij open aan wat voor hem wel en niet werkt. Volgens Ronald is dat uiteindelijk de eenvoudigste manier om ermee om te gaan: gewoon vertellen wat je nodig hebt en vervolgens samen kijken wat mogelijk is.

Een voorbeeld daarvan maakte hij al vroeg in zijn nieuwe baan mee. Tijdens een opleiding van drie uur merkte Ronald dat zijn energie opraakte. Hij gaf dat aan en kreeg de ruimte om even iets anders te doen. Na ongeveer een half uur kwam hij terug om de training af te maken. Voor Ronald laat zo’n moment zien dat een kleine aanpassing al voldoende kan zijn om iets toch mogelijk te maken. “Wees open over als iets niet lukt. Ze zeggen niet meteen nee, maar gaan kijken wat er wel kan.”

“Wie bepaalt wat normaal is?”

De gedachte dat mensen allemaal anders zijn, gaat voor Ronald verder dan zijn eigen situatie. Hij vindt het interessant dat we zo snel spreken over wat normaal is en wat daarvan afwijkt. “Iedereen is anders; dat is ook echt zo. Dus wie bepaalt dan dat dit stukje eigenlijk de normale persoon is?” Volgens hem hebben mensen allemaal hun eigen behoeften en manieren waarop ze het beste werken. De één komt ’s ochtends moeilijk op gang, terwijl een ander juist later op de dag beter functioneert.

Daarom vindt hij het lastig om mensen steeds in het hokje neurotypisch of neurodivergent te plaatsen. Misschien kijken we over tien jaar wel heel anders naar die termen, denkt hij. Zijn wens is vooral dat er meer ruimte ontstaat voor verschillen tussen mensen, zonder dat daar altijd een label aan hoeft te hangen. “Dat de term ‘neurodivergentie’ op een dag niet meer nodig is, omdat iedereen gewoon divers is.” Tegelijkertijd betekent dat volgens hem niet dat je geen rekening meer hoeft te houden met verschillen. Juist als iedereen anders is, moet daar ruimte voor zijn.

“Ik denk dat ik in drie jaar tijd meer heb geleerd dan in de twintig jaar daarvoor”

Die ruimte ervaart Ronald bij Van Lanschot Kempen. Nog voordat hij begon, heeft hij gesprekken gevoerd over inclusie en over wat belangrijk is om goed te kunnen werken. Hij bereidde zich daar bewust op voor en nam ook informatie mee over communicatie rondom slechthorendheid. Via Stichting Onbeperkt aan de Slag en Ctalents kwam hij bovendien in contact met nieuwe mensen en bedrijven. Dat netwerk hielp hem om nieuwe mogelijkheden te ontdekken en uiteindelijk een nieuwe werkplek te vinden.

Ronald merkt dat het helpt wanneer hij vanaf het begin open kan zijn. Niet alles hoeft vooraf opgelost te worden en ook niet iedere dag zal hetzelfde zijn. Als duidelijk is wat belangrijk is, kun je volgens hem samen bekijken hoe je het werk het beste kunt organiseren. Dat sluit aan bij wat Ronald eerder in zijn loopbaan heeft ervaren. Hij zegt dat hij in de laatste jaren veel heeft geleerd op het gebied van automatisering en documentatie, maar ook over inclusie en toegankelijkheid. “Ik denk dat ik in drie jaar tijd meer heb geleerd dan in de twintig jaar daarvoor.”

“We zijn eigenlijk hele gewone mensen die het absoluut waard zijn”

Zijn eigen ervaring bepaalt ook hoe Ronald kijkt naar werkgevers die twijfelen over het aannemen van iemand met een beperking. Volgens hem hoeven werkgevers niet bang te zijn dat ze hun hele organisatie moeten aanpassen. “Ik zou willen zeggen: wees niet bang. Ik geef aan: ik heb dat en dat nodig. En dat is heel simpel.” Wat iemand precies nodig heeft, verschilt per persoon.

Daarbij vindt Ronald het belangrijk dat de aandacht niet alleen naar aanpassingen gaat. Een kandidaat brengt ook kennis, ervaring en kwaliteiten mee. Een werkgever die inclusief wil zijn, mag juist ook nieuwsgierig zijn naar wat iemand kan en waar iemand goed in is.

Dat brengt hem opnieuw bij zijn vraag: “Waar ben je bang voor als je mij zou aannemen?” Ronald wil daarmee vooral de aandacht verschuiven. Niet: waarom zou iemand met een beperking hier kunnen werken? Maar: wat kan deze persoon bijdragen en wat is ervoor nodig om dat mogelijk te maken? “We zijn niet anders. We zijn eigenlijk gewoon hele gewone mensen die het absoluut waard zijn.”

“Het hoeft helemaal niet moeilijk te zijn”

Ook mensen die zelf twijfelen over een volgende stap op de arbeidsmarkt wil Ronald iets meegeven. Volgens hem is het belangrijk om voor jezelf helder te hebben wat je wel en niet kunt en welke ondersteuning je nodig hebt. Je hoeft daar niet meteen een perfect verhaal over te hebben, maar het helpt als je het kunt benoemen en erover kunt praten. “Als je dat een beetje weet en een beetje kunt duidelijk maken, dan heb je al de helft van het werk gedaan.”

Ronald is zelf alweer bezig met de volgende stap. Hij is begonnen bij een nieuwe werkgever, werkt met data en ontdekt een nieuwe werkomgeving. Tegelijkertijd blijft hij nadenken over hoe we naar verschillen tussen mensen kijken. Voor hem hoeft inclusie niet ingewikkeld te zijn. Het begint met elkaar leren kennen, duidelijk zijn over wat werkt en vervolgens kijken naar de mogelijkheden. Misschien is dat ook de kern van zijn verhaal. Ronald vraagt niet om een uitzondering, maar om de ruimte om zichzelf te kunnen zijn en zijn werk goed te kunnen doen. En misschien mogen werkgevers zichzelf daarbij ook eens dezelfde vraag stellen als Ronald: “Waar ben je bang voor als je mij zou aannemen?”

“Het hoeft helemaal niet moeilijk te zijn.”